Uitspraak
CIZ
OVERWEGINGEN
23 februari 2016 geïndiceerd voor het zorgprofiel VG wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering. Hierbij is overwogen dat appellante is aangewezen op
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 2008 en bekend met een autistische stoornis en verstandelijke handicap, vroeg zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag op 31 augustus 2015 af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en indiceerde per 23 februari 2016 voor intensieve begeleiding en verzorging met 24-uurs zorg in de nabijheid, zonder permanent toezicht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat tot de achtste verjaardag geen aanspraak op Wlz-zorg bestaat omdat de zorg tot die leeftijd als gebruikelijke ouderlijke zorg wordt beschouwd. Het medisch onderzoek dat geen noodzaak voor permanent toezicht aantoonde, werd als zorgvuldig beoordeeld.
Appellante stelde in hoger beroep dat permanent toezicht ook voor haar achtste levensjaar noodzakelijk was en dat de zorg in de periode van 31 augustus 2015 tot 23 februari 2016 meer dan gebruikelijk was. Het CIZ handhaafde het standpunt dat permanent toezicht niet vereist is, onderbouwd door een medisch advies waarin permanent toezicht wordt omschreven als onafgebroken actieve observatie.
De Raad onderschreef het medisch advies en oordeelde dat de zorgbehoefte van appellante tot acht jaar niet verder gaat dan gebruikelijke ouderlijke zorg. De door appellante aangeduide activiteiten rechtvaardigen geen permanent toezicht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat geen recht op permanent toezicht bestaat wordt bevestigd.