ECLI:NL:CRVB:2017:3715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet melden op geld waardeerbare werkzaamheden in auto-onderdelenhandel
Appellant ontving bijstand sinds 2008 en werd onderzocht na anonieme meldingen over handel in auto-onderdelen via Marktplaats. Uit onderzoek bleek dat appellant vanaf september 2012 ruim 2400 advertenties plaatste en werkzaamheden verrichtte die niet als vriendendienst konden worden aangemerkt.
Het college trok daarom de bijstand per 28 september 2012 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden op geld waardeerbaar waren, ongeacht intentie of daadwerkelijke inkomsten, en dat appellant geen deugdelijke administratie kon overleggen om het recht op bijstand aan te tonen. Ook het beroep op disproportionaliteit faalde omdat het college geen ruimte had om van intrekking af te zien.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden wordt bevestigd.