ECLI:NL:CRVB:2017:3754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdige beslissing college op aanvraag elektrische rolstoel Wmo
Appellante vroeg op 6 april 2011 een elektrische rolstoel aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na het uitblijven van een beslissing stelde zij het college op 27 juli 2011 in gebreke. Het college besloot vervolgens op 5 augustus 2011 de rolstoel toe te kennen, waarna appellante beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het college binnen de hersteltermijn van twee weken na ingebrekestelling had beslist. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit geen wijziging in haar rechtspositie bracht en dat de beschikking pas later zou volgen, waardoor het besluit niet tijdig was genomen.
De Raad oordeelde echter dat het besluit van 5 augustus 2011 wel een rechtsgevolg heeft, namelijk de toekenning van de elektrische rolstoel, en dat appellante hiertegen bezwaar kan maken. Het college had tijdig beslist binnen de wettelijke termijn, waardoor geen dwangsommen verschuldigd zijn. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college tijdig heeft beslist en geen dwangsommen verschuldigd zijn.