ECLI:NL:CRVB:2017:3758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroepen wegens overlijden betrokkene zonder erfgenamen
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, evenals het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren. Tijdens de procedure is gebleken dat betrokkene in 2016 is overleden. De Raad heeft betrokkene's gemachtigde verzocht om een verklaring van erfrecht en machtiging van erfgenamen, maar deze zijn niet aangeleverd. Na een aankondiging in de Staatscourant meldden zich geen belanghebbenden die de procedure wilden voortzetten.
De Raad heeft vervolgens de zitting van 20 september 2017 gehouden zonder dat erfgenamen of vertegenwoordigers aanwezig waren. Gezien het ontbreken van opvolging in de gedingen en het ontbreken van belang bij zowel betrokkene als het college, heeft de Raad geoordeeld dat het belang bij de beoordeling van de hoger beroepen is komen te vervallen.
Daarom zijn de hoger beroepen van betrokkene en het college, alsmede de door de rechtbank doorgezonden beroepen van betrokkene, niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 november 2017.
Uitkomst: De hoger beroepen van betrokkene en het college worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van erfgenamen die de procedure voortzetten.