ECLI:NL:CRVB:2017:3777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en matching LFNP-functie senior GGP bij politieambtenaar
Appellant, werkzaam bij de politie in schaal 8, betwistte de indeling in het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) als Senior Gebiedsgebonden Politie (GGP) in schaal 8. De korpschef handhaafde deze indeling, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde tegen twee besluiten: bestreden besluit 1 (handhaving waardering) en bestreden besluit 2 (wijziging werkterrein).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk omdat bestreden besluit 2 dit deels verving, en verklaarde het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond. Appellant voerde aan dat de matching niet volgens de Regeling LFNP was uitgevoerd en dat het vakgebied Operationeel Specialisme beter zou passen dan GGP.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende procesbelang had bij bestreden besluit 1 en bevestigde de niet-ontvankelijkheid. Ten aanzien van bestreden besluit 2 concludeerde de Raad dat de korpschef de matching terecht baseerde op de formele functiebeschrijving en dat de indeling in vakgebied GGP passend was, hoewel de motivering van de rechtbank op dit punt voor verbetering vatbaar was.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken bij de toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen bestreden besluit 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen bestreden besluit 2 wordt ongegrond verklaard, met toekenning van proceskostenvergoeding aan appellant.