ECLI:NL:CRVB:2017:3778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 2012 bijstand ontvangt, verhuisde in september 2015 van een kamer naar een zelfstandige woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichtingskosten. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten tot de algemene kosten van het bestaan behoren, het inkomen toereikend was en appellant had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege een onhygiënische situatie en kleine behuizing waardoor hij zijn kinderen niet kon ontvangen. De Raad overwoog dat dergelijke omstandigheden niet kwalificeren als bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de Participatiewet. Ook was geen sprake van acute medische noodzaak of urgentieverklaring. De Raad bevestigde dat inrichtingskosten tot de incidenteel voorkomende algemene kosten behoren en dat bijstandontvangers geacht worden hiervoor te reserveren.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.