ECLI:NL:CRVB:2017:3843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na eerstejaarsbeoordeling bevestigd
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in april 2013. Na een eerstejaarsbeoordeling in 2014 stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst op, waarna een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant met geselecteerde functies meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Het UWV beëindigde daarop de uitkering per 6 juli 2014. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen op basis van medische rapporten en arbeidskundige beoordelingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en alle klachten waren meegewogen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rugklachten ernstig zijn en hij niet geschikt is voor arbeid. De Raad onderschrijft echter het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellant in staat is tot arbeid binnen de beperkingen van de FML. Er zijn geen nieuwe feiten aangevoerd die dit oordeel zouden kunnen wijzigen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.