ECLI:NL:CRVB:2017:3854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende besef van verantwoordelijkheid bij overdracht woning zonder vergoeding
Appellanten ontvingen bijstand en hadden een woning in Turkije op naam staan met een waarde van circa €44.661,13. Deze woning werd zonder vergoeding overgedragen aan de broer van appellant, waardoor het dagelijks bestuur stelde dat sprake was van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid en de bijstand werd verlaagd en omgezet in een geldlening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellanten voerden onder meer aan dat sprake was van ongerechtvaardigde discriminatie, dat rekening moest worden gehouden met schulden en dat zij ongevraagd eigenaar waren geworden van de woning.
De Raad oordeelde dat het onderzoek naar vermogen in het buitenland niet discriminerend was omdat het niet alleen op Turkse bijstandsgerechtigden was gericht. De schulden werden niet onderbouwd met bewijs en de stellingen over ongevraagde eigendom en waardering van de woning waren reeds eerder behandeld zonder nieuwe feiten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.