ECLI:NL:CRVB:2017:388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen autovermogen
Appellanten ontvingen bijstand sinds mei 2013. Naar aanleiding van een signaal dat een auto op naam van appellante stond geregistreerd, onderzocht het dagelijks bestuur de rechtmatigheid van de bijstand. Appellante verklaarde dat de auto van haar zoon was, maar deze kon het kenteken niet op zijn naam zetten vanwege een belastingschuld, waardoor de auto tijdelijk op naam van appellante stond.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van 4 november 2014 in wegens schending van de inlichtingenverplichting en vorderde de bijstandskosten terug. Appellanten stelden dat de auto toebehoorde aan hun zoon en dat zij geen eigenaar was, maar konden dit niet met objectief en verifieerbaar bewijs onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit. De Raad oordeelde dat het niet melden van het bezit van de auto een schending van de inlichtingenverplichting was en dat appellanten niet hadden aangetoond dat zij niet over de auto beschikten. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was intrekking en terugvordering terecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een auto op naam van appellante wordt bevestigd.