Eiseres ontvangt sinds 2004 een bijstandsuitkering en Werkplein heeft een bedrag van €22.086,06 teruggevorderd wegens onrechtmatig ontvangen uitkering. Eiseres stelde dat zij slechts als stroman werd gebruikt door een bekende die autohandel dreef, en dat zij zelf niet betrokken was bij handelstransacties. Zij voerde aan dat zij op het besluit van 22 augustus 2017 mocht vertrouwen dat haar uitkering niet zou worden ingetrokken.
De rechtbank oordeelt dat het vertrouwen op het besluit niet terecht is omdat dit alleen zag op voortzetting van de uitkering voor de toekomst, niet op het verleden. Werkplein heeft aannemelijk gemaakt dat eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden dat diverse kentekens op haar naam stonden. Eiseres heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd om haar onschuld te onderbouwen.
Op grond van de Participatiewet was Werkplein verplicht de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat kentekenregistraties een vermoeden van betrokkenheid scheppen, dat eiseres niet heeft weerlegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en terugvordering wordt bevestigd.