ECLI:NL:CRVB:2017:3941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV na herstel motiveringsgebrek over arbeidsongeschiktheid
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een besluit van het UWV betreffende de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant. Na een eerdere tussenuitspraak heeft het UWV een nadere motivering gegeven en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast op de aspecten lopen en traplopen.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de nieuwe FML de geselecteerde functies opnieuw beoordeeld, waarbij de functie productiemedewerker is vervallen, maar appellant geschikt wordt geacht voor andere reservefuncties. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd op 45 tot 55%. De Raad acht de motivering van het UWV voldoende en wijst de zienswijze van appellant af.
De Raad vernietigt het bestreden besluit vanwege het eerdere motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens herstel van het motiveringsgebrek, met in standlating van de rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.