ECLI:NL:CRVB:2017:3960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Y.J. Klik
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsnorm bij co-ouderschap niet met terugwerkende kracht toegestaan
Appellant, vader van twee kinderen, ontving bijstand op grond van de WWB waarbij aanvankelijk rekening werd gehouden met co-ouderschap. Het college herzag de bijstand met ingang van 19 maart 2014 naar de norm voor een alleenstaande, omdat volgens het college geen sprake was van co-ouderschap maar van een omgangsregeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de bijstand ten onrechte was herzien omdat de zorg daadwerkelijk gelijkwaardig werd gedeeld. De Raad oordeelde dat de beschikking van 4 september 2009 een omgangsregeling vaststelde en geen co-ouderschap, en dat het college daarom de bijstand mocht vaststellen naar de norm voor een alleenstaande.
Wel oordeelde de Raad dat het college de herziening niet met terugwerkende kracht mocht effectueren omdat appellant redelijkerwijs niet hoefde te begrijpen dat hij te veel bijstand ontving. De Raad stelde een gewenningsperiode van zes maanden vast, waardoor de herziening pas per 1 januari 2015 ingaat.
De rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, en het college werd veroordeeld in de kosten van appellant. Tevens werd bepaald dat het college het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: De herziening van de bijstand met terugwerkende kracht wordt vernietigd en een gewenningsperiode van zes maanden wordt toegepast.