ECLI:NL:CRVB:2017:397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen werkzaamheden en afwijzing langdurigheidstoeslag
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1999. Na een melding over activiteiten van appellant in duivenmelkerij en paranormale diensten, liet de gemeente een onderzoek uitvoeren door SV Land (SVL). Dit leidde tot intrekking van de bijstand over 2004-2013 en terugvordering van €166.134,25. Ook werd een aanvraag langdurigheidstoeslag afgewezen.
De Raad oordeelt dat het oorspronkelijke onderzoek door SVL onrechtmatig was omdat het college kerntaken niet aan een privaat bedrijf mag uitbesteden. Een nieuw onderzoek door de Sociale Recherche bevestigde dat appellant werkzaamheden verrichtte voor twee bedrijven zonder dit te melden, en dat kasstortingen niet verklaard konden worden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op bijstand over de betreffende periode. De aanvraag van april 2013 werd terecht buiten behandeling gesteld vanwege het niet overleggen van gevraagde stukken. De rechtbankuitspraken werden bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.970 en het griffierecht van €502.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag.