ECLI:NL:CRVB:2017:3974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Wajong-uitkering ondanks psychische en sociale gevolgen
Appellant ontving een Wajong-uitkering en toeslag die met terugwerkende kracht werden verlaagd en stopgezet vanwege niet (tijdig) doorgegeven inkomsten uit arbeid. Het UWV vorderde een bedrag van €11.519,67 terug. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij zijn werkzaamheden wel had gemeld en dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en psychische gevolgen had, waaronder suïcidale gedachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het UWV terecht de uitkering had herzien en de terugvordering had ingesteld. Het beroep richtte zich niet tegen het recht op uitkering of de hoogte van het bedrag, maar tegen de terugvordering zelf. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant geen psychiatrisch toestandsbeeld in engere zin vertoonde en dat de psychische gevolgen onvoldoende waren voor het aannemen van een dringende reden.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft gehandeld door de terugvordering te handhaven, mede omdat de financiële gevolgen zijn verzacht doordat appellant zijn woning niet hoeft te verkopen en jaarlijks een inkomensonderzoek plaatsvindt. De sociale en psychische gevolgen, hoewel ernstig voor appellant, rechtvaardigen geen kwijtschelding van de terugvordering. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de ten onrechte ontvangen Wajong-uitkering en toeslag wordt bevestigd omdat geen dringende reden voor kwijtschelding is aangetoond.