ECLI:NL:CRVB:2017:3981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewaardering en ijkfunctie bij gemeente Den Haag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin zijn functie is gewaardeerd op salarisschaal 9 en ingepast in een generiek functieprofiel. Hij betoogde dat de toegepaste ijkfunctie onjuist was en dat een hogere salarisschaal passend was.
De Raad overwoog dat het college de uitspraak van 22 september 2016 correct heeft uitgevoerd door de beslissingsvrijheid, die samenhangt met het mandaat, mee te wegen in de functiewaardering. De toetsing van de Raad is terughoudend en richt zich op de vraag of de waardering op voldoende gronden berust. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de gekozen ijkfunctie onjuist was of dat zijn functie substantieel zwaarder was dan de ijkfunctie.
De Raad concludeerde dat de waardering op salarisschaal 9 stand kan houden en dat het beroep ongegrond is. Er zijn geen zelfstandige gronden aangevoerd tegen de inpassing in het functieprofiel. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de waardering van zijn functie op salarisschaal 9 wordt ongegrond verklaard.