ECLI:NL:CRVB:2017:4020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand deels vernietigd wegens onvoldoende inzicht in vermogenspositie
Appellante ontvangt sinds 1 oktober 2005 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden heeft bijstand ingetrokken vanaf die datum vanwege onduidelijkheden over haar financiële situatie, met name het niet melden van vier Marokkaanse bankrekeningen en het ontbreken van volledig inzicht in de vermogensaanwas.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betwist appellante dat het geschil beperkt is tot de periode tot december 2010 en voert aan dat zij gedurende de gehele periode geen vermogen boven het vrij te laten bedrag had, met onderbouwing door bankafschriften.
De Raad oordeelt echter dat appellante deze langere periode in eerdere procedures heeft prijsgegeven, zodat alleen de periode van 1 oktober 2005 tot 1 december 2010 beoordeeld wordt. Voor de periode van 30 september 2008 tot 1 december 2010 heeft appellante voldoende inzicht gegeven in haar vermogen, met name doordat rekening 11 gekoppeld was aan een uitvaartverzekering en de overige rekeningen feitelijk één rekening vormden. Voor de periode daarvoor ontbreekt dit inzicht.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor het deel van 30 september 2008 tot 1 december 2010 wegens strijd met het motiveringsbeginsel en herroept het intrekkingsbesluit voor dat deel. Tevens veroordeelt de Raad het college in de kosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en herroepen voor de periode 30 september 2008 tot 1 december 2010.