ECLI:NL:CRVB:2017:4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens niet-verantwoorde besteding zonder facturen
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor AWBZ-zorg, maar legde geen facturen van haar zorgverlener over ondanks herhaald verzoek. Het Zorgkantoor stelde het pgb daarom op nihil vast en vorderde het bedrag van €1.628,33 terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellante niet voldeed aan de verplichting uit artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ om declaraties van de zorgverlener te overleggen. Het verweer dat bij een vaste maandelijkse betaling geen facturen nodig zijn, faalt omdat uit de bankafschriften niet blijkt dat het vaste bedrag is betaald. Hierdoor kon het Zorgkantoor het pgb lager vaststellen volgens artikel 4:46 Awb Pro.
De belangenafweging door het Zorgkantoor was redelijk; er was geen samenhang tussen betalingen en zorgovereenkomst, en onduidelijkheid over de besteding. Het Zorgkantoor was daarom bevoegd de voorschotten terug te vorderen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het pgb wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van voorschotten.