ECLI:NL:CRVB:2017:4093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde pgb-voorschotten wegens onvoldoende verantwoording
Appellant, een minderjarige met diverse gezondheidsproblemen, ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor. Het Zorgkantoor stelde later het pgb voor dat jaar op nihil vast en vorderde onverschuldigd betaalde voorschotten terug, omdat appellant niet alle gevraagde documenten, zoals de zorgovereenkomst en zorgbeschrijving van de zorgverlener, had overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de verantwoording onvoldoende was en appellant niet kon aantonen dat de voorschotten aan de juiste zorg waren besteed. Appellant stelde in hoger beroep dat hij een zorg-leefplan had overgelegd en dat hij geen andere stukken van de zorgverlener kon verkrijgen. Tevens voerde hij aan dat terugvordering ernstige financiële gevolgen zou hebben.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond het zorg-leefplan te summier om de besteding van het pgb te kunnen beoordelen. Het ontbreken van aanvullende stukken was voor risico van appellant. De financiële problemen werden onvoldoende onderbouwd en het Zorgkantoor kon een betalingsregeling aanbieden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van het pgb wordt bevestigd.