ECLI:NL:CRVB:2017:4131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand en kreeg deze herzien over de periode 1 augustus 2014 tot 1 mei 2015 vanwege niet gemelde kasstortingen op zijn bankrekening. Het college stelde dat deze stortingen als inkomsten moesten worden beschouwd en de bijstand daarop moest worden aangepast.
De Raad oordeelt dat de kasstortingen, die een periodiek karakter vertonen, inderdaad als inkomen in de zin van de Participatiewet moeten worden aangemerkt. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het om terugbetalingen ging van voorgeschoten bedragen, mede doordat de bewijsnood door hemzelf is veroorzaakt door het niet tijdig melden van de stortingen.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.