ECLI:NL:CRVB:2017:415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand met terugwerkende kracht voor kosten bewindvoering
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering, mentorschap en griffierecht. Het college stelde de eerste aanvraag buiten behandeling en kende later bijzondere bijstand toe voor bewindvoeringskosten vanaf 1 juli 2015, maar wees de kosten van intake en griffierecht af wegens overschrijding van de termijn van zes maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de eerdere aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld en dat de kosten van intake en griffierecht alsnog vergoed moesten worden.
De Raad oordeelde dat het college terecht het beleid hanteert dat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht slechts wordt toegekend tot maximaal zes maanden voorafgaand aan de aanvraag, en dat het buitenwettelijk begunstigend beleid consistent is toegepast. De stelling dat de eerste aanvraag ten onrechte buiten behandeling werd gesteld kon niet in deze procedure worden betrokken.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.