ECLI:NL:CRVB:2017:4156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV
Appellant, laatst werkzaam als medewerker onderhoud en schoonmaak, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. UWV stelde na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling juist.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat relevante medische informatie niet was betrokken, onder meer verwijzend naar verslagen van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij verzocht ook om benoeming van een deskundige.
De Raad concludeerde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van UWV zorgvuldig was, alle relevante medische informatie was betrokken en dat er geen aanleiding was tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen van appellant medisch juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. De Raad bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering en wees de proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.