ECLI:NL:CRVB:2017:4167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger pgb met terugwerkende kracht ondanks hogere indicatie AWBZ
Appellant ontving voor 2014 een pgb van €28.814,- op basis van een eerdere indicatie. Later verleende het CIZ met terugwerkende kracht een hogere indicatie, waarop het Zorgkantoor het pgb verhoogde tot €41.494,-. Het Zorgkantoor stelde echter vast dat appellant slechts €28.814,- aan zorgkosten had verantwoord en verklaarde het bezwaar tegen deze vaststelling niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, maar bevestigde dat het pgb niet hoger kan worden vastgesteld dan het verantwoordde bedrag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer zorg ontving dan verantwoord, maar kon dit niet aantonen met de vereiste verantwoording.
De Raad concludeert dat zonder aanvullende verantwoorde zorgkosten het pgb niet verder kan worden verhoogd en wijst het hoger beroep af. Tevens wijst de Raad op eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat het niet kunnen verantwoorden van zorgkosten samenhangt met het niet indiceren door het CIZ, maar dat dit niet leidt tot een hoger pgb van het Zorgkantoor. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van het Zorgkantoor vervalt, en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het pgb voor 2014 niet hoger kan worden vastgesteld dan het verantwoordde bedrag ondanks de hogere indicatie met terugwerkende kracht.