De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) waarin een verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beëindigde indicatie voor nachtzorg werd afgewezen.
Betrokkene had een indicatie voor 49 uur nachtzorg per week, welke door CIZ op 15 mei 2005 werd beëindigd. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd, maar later ingetrokken en vervangen door een indicatie conform het oorspronkelijke besluit. Betrokkene overleed in 2007. De rechtbank verklaarde het beroep van de erven tegen het handhavingsbesluit gegrond, maar wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat de kosten volgens de rechtbank bij het Zorgkantoor konden worden gedeclareerd.
De Raad oordeelt anders: appellanten konden de zorgkosten niet bij het Zorgkantoor declareren omdat zij niet voldeden aan de verantwoordingseisen voor persoonsgebonden budgetten. Het niet kunnen verantwoorden van zorgkosten is een omstandigheid die voor rekening van CIZ komt. De Raad stelt vast dat de schade voor zorgkosten en proceskosten voldoende aannemelijk is, maar wijst de vergoeding van kilometerkosten af wegens onvoldoende bewijs van extra gereden kilometers.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat appellanten recht hebben op een schadevergoeding van €10.050, met wettelijke rente vanaf 24 april 2009. Tevens wordt CIZ veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.