ECLI:NL:CRVB:2017:425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en terugvordering bijstand wegens verzwegen samenwoning
Appellant en betrokkene ontvingen beiden bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwoonden, startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Dit leidde tot besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand, gebaseerd op het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen intrekking ongegrond, maar vernietigde de besluiten tot terugvordering over een deel van de periode, omdat niet van wederzijdse zorg was gebleken voor die periode. De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep de feiten opnieuw gewogen en oordeelt dat vanaf september 2013 sprake was van een financiële verstrengeling die verder ging dan het delen van woonlasten, wat voldoet aan het criterium van wederzijdse zorg.
De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking bijstand en vernietigt de eerdere uitspraken die de terugvordering deels hadden vernietigd. De terugvordering van bijstand over de gehele periode van september 2013 tot juni 2014 wordt gegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en verklaart de terugvordering over de gehele periode gegrond.