ECLI:NL:CRVB:2017:4258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing financiële situatie
Appellant werd op staande voet ontslagen en vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die pas vanaf 1 juli 2015 toegekend kon worden. Daarom vroeg hij bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren. Het college verzocht om een verklaring over drie stortingen op zijn bankrekening, die appellant slechts onduidelijk en onvoldoende onderbouwd kon verklaren als spaargeld.
Het college wees de aanvraag af omdat de verklaring en bewijsstukken ontbraken, en de rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant dezelfde gronden aan, maar de Raad stelde vast dat de financiële opnames en stortingen niet overeenkwamen en dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een geldige reden is om bijstand te weigeren. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie.