ECLI:NL:CRVB:2017:426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Den Haag een onderzoek, waarbij bleek dat appellant niet daadwerkelijk op het uitkeringsadres woonde. Dit werd onder meer bevestigd door een huisbezoek waarbij bleek dat de woning nauwelijks bewoond was en verklaringen van appellant en zijn ex-partner.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en legde een bestuurlijke boete op wegens het niet melden van de feitelijke woonplaats. De rechtbank vernietigde de besluiten deels, maar liet de rechtsgevolgen van de intrekking in stand en matigde de boete tot 50% van het benadelingsbedrag.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college een voldoende feitelijke grondslag had voor de intrekking en dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. De stelling van appellant dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid faalde wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigde daarom de matiging van de boete tot 50% van het benadelingsbedrag en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de boete van 50% van het benadelingsbedrag worden bevestigd.