ECLI:NL:CRVB:2015:1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over boetes in bijstandszaken en toepassing Boetebesluit WWB
De Centrale Raad van Beroep heeft op 23 juni 2015 uitspraak gedaan in een hoger beroep over boetes opgelegd in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB). De zaak betreft appellanten die vanaf 2009 bijstand ontvingen en werkzaamheden in een familiebedrijf verrichtten zonder dit volledig te melden, wat leidde tot intrekking van bijstand, terugvordering en een boete. De Raad bevestigt dat het Boetebesluit voor bijstandszaken met ingang van 1 januari 2013 geldt en dat overgangsrecht correct is toegepast door het college.
De Raad beoordeelt dat appellanten willens en wetens hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door hun werkzaamheden niet te melden, ondanks maandelijkse rechtmatigheidsformulieren en gesprekken met de sociale recherche. De boete is gebaseerd op 20% verlaging voor de periode tot 1 januari 2013 en 100% van het benadelingsbedrag vanaf die datum. De Raad corrigeert de afronding van de boete naar beneden, omdat afronding naar boven tot een boete hoger dan het benadelingsbedrag leidt en dat strijdig is met de WWB.
De Raad vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de boete betreft, stelt de boete vast op €6.524,11, verklaart het beroep tegen de terugvordering ongegrond en veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide juridische analyse van het toepasselijke sanctieregime, overgangsrecht, en toetsing van bestuurlijke boetes in het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €6.524,11 en het beroep tegen de terugvordering wordt ongegrond verklaard.