ECLI:NL:RVS:2014:1552
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen boete overschrijding mestgebruik
De staatssecretaris legde appellant een boete van €4.522 op wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen. Appellant maakte bezwaar tegen deze boete, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Gelderland, dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beroepschrift na de wettelijke termijn was ontvangen.
Appellant voerde aan dat het beroepschrift tijdig per post was verzonden op de laatste dag van de termijn, maar de rechtbank stelde vast dat het beroepschrift pas na afloop van de termijn was ontvangen. De Raad van State overwoog dat bij verzending via PostNL een poststuk geacht wordt tijdig ter post te zijn bezorgd als het binnen twee werkdagen na de termijn is ontvangen, tenzij aannemelijk is dat het later is verzonden. Het poststempel was onduidelijk en appellant kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift tijdig was verzonden.
De Raad van State bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.