ECLI:NL:CRVB:2017:4270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens vermeende onvoldoende medewerking huisbezoek
Appellante diende op 18 september 2014 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na een onaangekondigd huisbezoek op 22 oktober 2014, waarbij appellante en haar minderjarige dochter werden aangetroffen, wees het college de aanvraag af wegens vermeende onvoldoende medewerking tijdens het huisbezoek. Ook een latere aanvraag van 28 oktober 2014 werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk medewerking had verleend tijdens het huisbezoek. De Raad oordeelde dat het verslag van het huisbezoek niet voldoende grond bood voor het standpunt van het college. Hoewel appellante aanvankelijk de toegang tot bepaalde ruimtes weigerde, werkte zij daarna volledig mee en beantwoordde alle vragen.
De Raad stelde vast dat het college onvoldoende had doorgevraagd bij twijfelachtige onderzoeksbevindingen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en de Awb. Het college werd opgedragen de bezwaren opnieuw te behandelen en nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de bijstandsaanvragen worden vernietigd en het college wordt opgedragen tot hernieuwde besluitvorming.