ECLI:NL:CRVB:2017:4272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende feitelijke grondslag voor intrekking bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante ontvingen bijstand volgens de WWB, waarbij het college Nijmegen na een strafrechtelijk onderzoek besloot de bijstand te herzien en terug te vorderen wegens vermeende gezamenlijke huishouding en verzwegen inkomsten.
De Raad oordeelt dat het college onvoldoende feitelijke grondslag heeft geleverd voor het criterium van wederzijdse zorg, essentieel voor gezamenlijke huishouding, over de periode 31 augustus 2004 tot 1 januari 2010. Hierdoor is geen sprake van gezamenlijke huishouding in die periode en kunnen de besluiten tot herziening en terugvordering over die tijd niet standhouden.
Voor de periode vanaf 1 januari 2010 is vastgesteld dat appellanten inkomsten uit verhuur en verkoop van (gestolen) goederen verzwegen hebben, waardoor de intrekking van bijstand gerechtvaardigd is. Het college moet nieuwe besluiten nemen over de terugvordering, met alleen een rekenkundige uitwerking.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat tegen de nieuwe besluiten alleen beroep bij de Raad mogelijk is. De uitspraak vervangt de vernietigde gedeelten van eerdere besluiten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over 2004-2010 wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding en bevestigt intrekking vanaf 2010 wegens verzwegen inkomsten.