Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de door betrokkene in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.382,22;
- bepaalt dat van het UWV een griffierecht wordt geheven van € 501,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 29 februari 2016 waarin werd vastgesteld dat zij vanaf 19 april 2016 geen recht meer had op een Ziektewetuitkering. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het digitaal ingediende bezwaarschrift na afloop van de termijn was ontvangen. Betrokkene stelde echter dat zij tijdig per gewone post bezwaar had gemaakt op 15 maart 2016 en ondersteunde dit met getuigenverklaringen.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig per post was verzonden en verklaarde het beroep gegrond. Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat het bezwaarschrift niet was ontvangen en dat dit het criterium was voor ontvankelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens de Awb een bezwaarschrift dat per post is verzonden tijdig is ingediend als het binnen een week na afloop van de termijn wordt ontvangen. Op basis van de getuigenverklaringen achtte de Raad aannemelijk dat betrokkene het bezwaarschrift op 15 maart 2016 ter post had bezorgd en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bezwaar is ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld in de proceskosten.