ECLI:NL:RVS:2013:1339
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderopvangtoeslag
De Belastingdienst had de kinderopvangtoeslag van appellant over 2008 en 2009 herzien en teruggevorderd. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat zou zijn ingediend.
Appellant stelde dat hij tijdig beroep had ingesteld met een brief van 21 oktober 2011, die door zijn dochter was opgesteld en door een buurvrouw was gecontroleerd en verzonden. De rechtbank had deze stelling niet aannemelijk geacht.
De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was verzonden, mede op basis van verklaringen van de buurvrouw en haar partner. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.
De Raad van State stelde tevens de proceskosten vast en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.