ECLI:NL:CRVB:2017:4343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in illegaal vuurwerk deels vernietigd
Appellant ontving bijstand volgens de Participatiewet, die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag introk wegens vermoedelijke handel in illegaal vuurwerk. De politie startte een onderzoek na een anonieme tip en vond advertenties en een pseudokoop plaats op 29 december 2014, waarbij appellant werd aangehouden met vuurwerk en telefoons.
Het college trok de bijstand in over de periode 25 november tot en met 28 december 2014 en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij slechts eenmalig als vriendendienst vuurwerk had afgeleverd en niet betrokken was bij handel, en dat slechts één telefoon van hem was.
De Raad oordeelde dat het bewijs voldoende was om handel in vuurwerk in december 2014 aan te nemen, mede door verklaringen van getuigen en telefoongegevens. Echter, voor de periode 25 tot en met 30 november 2014 was het enkele plaatsen van een advertentie onvoldoende bewijs voor daadwerkelijke handelsactiviteiten. Daarom vernietigde de Raad het besluit tot intrekking en terugvordering over die novemberperiode.
Het college moet een nieuwe berekening maken voor terugvordering over december 2014 en een nieuwe beslissing nemen. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering over november 2014 vernietigd, intrekking over december 2014 bevestigd, college veroordeeld in proceskosten.