ECLI:NL:CRVB:2017:4353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek na een hartinfarct en vroeg een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, vooral bij lichamelijke inspanning, en de arbeidsdeskundige selecteerde passende functies. Het UWV concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onderschat zijn en dat een onafhankelijk onderzoek nodig is. Hij overhandigde een verklaring van zijn cardioloog ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en gemotiveerd was, waarbij de medische informatie van de cardioloog was betrokken. De Raad vond geen aanwijzingen dat de belastbaarheid van appellant was onderschat en bevestigde dat de geselecteerde functies geschikt zijn.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.