Uitspraak
OVERWEGINGEN
WW-uitkering met ingang van 5 september 2011 beëindigd omdat hij volledig werkzaam is als zelfstandige.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 27 januari 2011 een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud van uitkering werkzaamheden als zelfstandige te verrichten in de periode van 14 maart tot 4 september 2011. Het UWV bracht 70% van de inkomsten als zelfstandige in mindering op de uitkering en betaalde deze periode als voorschot uit.
Later beëindigde het UWV de WW-uitkering omdat appellant volledig als zelfstandige werkte. Vervolgens stelde het UWV vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde een bruto bedrag van €16.145,97 terug. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen de terugvordering van het bruto bedrag.
De rechtbank oordeelde dat het UWV conform beleid het bruto bedrag mocht terugvorderen en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Ook was er geen onvoldoende informatievoorziening door het UWV. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onvoldoende was geïnformeerd en dat de werkcoach op de hoogte was van zijn inkomsten, wat niet werd bevestigd door de stukken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig, stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat de werkcoach wist van de hoge inkomsten en dat appellant zijn werkcoach niet tijdig had geïnformeerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van het bruto voorschot door het UWV bevestigd.