ECLI:NL:CRVB:2017:4443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herbeoordeling arbeidsongeschiktheid op grond van WAO wegens onvoldoende aannemelijkheid toename beperkingen
Appellant was sinds 1990 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%, maar zijn uitkering werd in 1994 ingetrokken omdat hij toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2014 verzocht appellant om een herbeoordeling wegens vermeende toename van zijn arbeidsongeschiktheid, ondersteund door medische informatie van diverse zorginstellingen. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische rapporten in, maar het UWV handhaafde haar standpunt met eigen rapporten. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat volgens artikel 43a van de WAO alleen sprake kan zijn van toegenomen arbeidsongeschiktheid indien deze binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering is opgetreden en voortkomt uit dezelfde oorzaak.
De Raad stelde vast dat de toename van beperkingen bij appellant pas vanaf oktober 2000, bij diagnose van het syndroom van Wernicke, medisch aannemelijk is. De door appellant overgelegde medische gegevens voor de periode 1994-1999 boden onvoldoende steun voor een eerdere toename. Het ontbreken van medische gegevens over die periode komt voor risico van appellant. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om herbeoordeling wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.