ECLI:NL:CRVB:2014:3961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft in februari 2011 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, bijna 25 jaar na zijn 18e verjaardag. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat hij naar verwachting 100% of meer van het wettelijk minimumloon kan verdienen.
De rechtbank onderschreef deze beslissing, mede omdat er geen medische gegevens beschikbaar waren die de arbeidsongeschiktheid van appellant op de relevante leeftijd konden bevestigen. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant op die leeftijd niet in behandeling was en dat klachten niet objectief konden worden vastgesteld. Wel werden beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren aangenomen, maar deze rechtvaardigden geen uitkering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische rapporten tegenstrijdigheden bevatten en dat aanvullende deskundigen moesten worden ingeschakeld. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling. Ook de door appellant aangevoerde psychiater gaf geen objectief bewijs voor meer beperkingen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde dat de laattijdige aanvraag het risico voor appellant is en dat het Uwv terecht heeft geoordeeld dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.