Appellant, werkzaam als [naam functie] op basisscholen, meldde zich in juni 2012 ziek vanwege lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zwaarder beperkt was dan vastgesteld, met name bij repeterende bewegingen en werkzaamheden achter de computer. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die aanvullend onderzoek verrichtte en een aangepast Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde. Ondanks deze aanpassing bleven de geselecteerde functies passend en bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend en consistent gemotiveerd was en dat er geen aanleiding was om de conclusies te verwerpen. Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.