ECLI:NL:CRVB:2013:BY8139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- T.L. de Vries
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag en overschrijding redelijke termijn
Betrokkene stopte in 1995 met werken na een verkeersongeval en kreeg een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. In 2006 herzag het UWV deze naar 55-65% op basis van medische en arbeidskundige rapportages. Betrokkene maakte bezwaar, dat door de rechtbank werd toegewezen wegens een onvoldoende gemotiveerde medische grondslag.
In hoger beroep stelde het UWV dat de medische rapportage onvoldoende objectief medisch bewijs bood, terwijl betrokkene stelde dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld en vroeg om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad volgde de deskundige Van Marle die meer beperkingen vaststelde dan het UWV aannam, en oordeelde dat de WAO-uitkering van 80-100% gehandhaafd moest worden.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en griffierechten, en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt. Het hoger beroep van betrokkene werd daarmee overbodig.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 januari 2013.
Uitkomst: Betrokkene heeft recht op een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid per 4 mei 2006 en het onderzoek wordt heropend voor schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.