ECLI:NL:CRVB:2017:495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om haar geen IVA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens eigen zeggen volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is vanwege ME/CFIDS. Het Uwv stelde dat zij slechts recht heeft op een WGA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is, mede op basis van het verzekeringsgeneeskundig protocol CVS.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen sprake is van een stabiel of progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. In hoger beroep heeft appellante haar stellingen herhaald, maar zonder nieuwe medische gegevens die twijfel zaaien over de beoordeling van het Uwv.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is, omdat er behandelmogelijkheden zijn die verbetering van haar belastbaarheid mogelijk maken. Het protocol CVS is terecht toegepast en er is geen reden om het standpunt van het Uwv te verwerpen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom terecht geen IVA-uitkering ontvangt.