ECLI:NL:CRVB:2017:500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek bijzondere bijstand voor schulden zonder dringende redenen
Appellant, die sinds 2003 bijstand ontvangt, deed meerdere aanvragen om bijzondere bijstand voor kosten verband houdend met een schuld aan een bank. Het college wees deze aanvragen af omdat bijstand voor schulden niet wordt verleend zonder zeer dringende redenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad toetste de afwijzing inhoudelijk alsof het het eerste besluit betrof en concludeerde dat appellant bijzondere bijstand had aangevraagd ter aflossing van een schuld. De Raad oordeelde dat appellant geen zeer dringende redenen had aangetoond die bijstandsverlening rechtvaardigen volgens artikel 49 WWB Pro. Ook stelde de Raad vast dat het college de aanvraag niet te laat had ontvangen en dus geen dwangsom verschuldigd was.
Ten slotte wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure inclusief mediation binnen de toegestane termijn bleef. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.