Uitspraak
17.4196 AW, 17/5272 AW
OVERWEGINGEN
1.3. Bij besluit van 9 maart 2016heeft de korpschef afwijzend beslist op de aanvraag van appellant. Dit besluit heeft de korpschef na bezwaar gehandhaafd bij besluit van
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om toekenning van en overgang naar de LFNP-functie Operationeel Specialist B met terugwerkende kracht tot 31 december 2011, stellende dat hij vergelijkbaar was met collega’s die deze functie kregen toegekend vanwege hun rol als wijkteamchef van een zwaar wijkteam.
De korpschef wees dit verzoek af, omdat appellant niet had aangetoond dat hij tijdens de referteperiode wijkteamchef was van een zwaar wijkteam, zoals vereist volgens de beleidsnotitie 'Fijnmazigheid vergroot'. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels, maar oordeelde eveneens dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Het feit dat appellant verantwoordelijk was voor twee lichte wijkteams samen, maakte dit niet gelijk aan een zwaar wijkteam. Ook de periode waarin appellant mogelijk wijkteamchef was van een zwaar team viel buiten de referteperiode en was daarom niet relevant.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, en het verzoek werd terecht afgewezen. Het incidenteel hoger beroep van de korpschef werd niet behandeld vanwege de uitkomst van het hoofdberoep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van de LFNP-functie Operationeel Specialist B wordt afgewezen omdat appellant niet heeft aangetoond wijkteamchef van een zwaar wijkteam te zijn geweest.