ECLI:NL:CRVB:2017:2810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na verhuizing naar Spanje en terugvordering kosten
Appellant ontving bijstand en woonde tijdelijk op een boot in Nederland. Hij verhuisde eind 2014 naar Spanje en meldde dit pas begin februari 2015 aan het college. Het college trok de bijstand met ingang van 1 februari 2015 in en vorderde de kosten over de periode vanaf de verhuizing terug wegens schending van de meldingsplicht.
Appellant vroeg bijstand met terugwerkende kracht aan, wat het college afwees vanwege het ontbreken van zeer dringende redenen. Ook werd de norm tijdelijk verlaagd wegens het ontbreken van woonlasten, wat appellant betwistte zonder bewijs.
De bijzondere bijstand voor de eerste maand huur in Spanje werd direct aan de verhuurder betaald, wat het college verantwoordde vanwege de garantstelling. Appellant maakte bezwaar tegen deze betalingswijze.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant zijn centrum van maatschappelijk leven naar Spanje had verplaatst, waardoor hij geen recht meer had op bijstand in Nederland vanaf die datum. De terugvordering en intrekking waren terecht en de bijzondere bijstand werd correct uitgekeerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke op 18 juli 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens verhuizing naar Spanje zonder tijdige melding.