Uitspraak
16 december 2015, 14/4152 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was aangesteld als Chef in salarisschaal 7 en werd bij besluit van de korpschef gematcht naar de LFNP-functie Gespecialiseerd Medewerker A, eveneens in salarisschaal 7. Zij voerde in hoger beroep aan dat zij op basis van feitelijke werkzaamheden had moeten worden gematcht naar een hogere schaal (Gespecialiseerd Medewerker B, schaal 8) en dat de matching onjuist was omdat zij geen functieonderhoud had aangevraagd.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de formele functiebeschrijving uitgangspunt is voor de matching en dat het aan de ambtenaar is om functieonderhoud aan te vragen indien de feitelijke werkzaamheden afwijken. Het feit dat appellante was afgeraden dit te doen, leidt niet tot een andere beoordeling.
De Raad stelt vast dat de matching op zichzelf niets verandert aan de feitelijke werkzaamheden en dat de plaatsing in het kader van een reorganisatie buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van het matchingsbesluit. Ook de door appellante aangevoerde documenten uit de reorganisatieprocedure kunnen niet als erkenning van een onjuiste matching worden beschouwd.
De Raad concludeert dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de matching onjuist of onhoudbaar is en dat er geen reden is om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.