ECLI:NL:CRVB:2017:588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres ondanks ontoelaatbaar bewijs huisbezoek
Appellant ontving studiefinanciering voor een uitwonende student over 2013, terwijl hij volgens de minister niet op het GBA-adres woonde. De minister baseerde dit onder meer op een huisbezoek uitgevoerd door controleurs die niet bevoegd waren, waardoor het bewijs van dat onderzoek ontoelaatbaar is.
Desondanks erkende appellant in bezwaar dat hij al circa twee weken voor het huisbezoek niet meer op het GBA-adres woonde. De Raad oordeelde dat dit voldoende grond vormt om de herziening van de studiefinanciering te handhaven. Appellant slaagde er niet in onomstotelijk te bewijzen dat hij in de periode voorafgaand aan het huisbezoek wel op het adres woonde, ondanks overgelegde verklaringen.
De Raad benadrukte dat het toezicht op naleving van de Wsf 2000 een overheidstaak is en dat het inschakelen van onbevoegde controleurs niet acceptabel is. Toch leidt dit niet tot vernietiging van het besluit, omdat het besluit ook steunt op de erkenning van appellant zelf. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.