ECLI:NL:CRVB:2017:64
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en boete wegens niet gemelde ANW-inkomsten bij bijstandsverlening
Appellante ontvangt sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. Het college blokkeerde haar bijstand per 1 juli 2013 na een signaal van de Belastingdienst dat zij een ANW-uitkering ontving die zij niet onverwijld had gemeld. Het college herzag de bijstand over de periode 1 september 2012 tot en met 30 juni 2013 en vorderde €2.701,79 terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening ongegrond en vernietigde het boetebesluit, waarbij de boete werd vastgesteld op €900. In hoger beroep betwistte appellante de schending van de inlichtingenverplichting en stelde zij dat zij de ANW-uitkering wel had gemeld in het kader van een langdurigheidstoeslag. De Raad oordeelde dat dit geen onverwijlde melding was en dat de objectieve inlichtingenverplichting was geschonden.
De Raad nam de omstandigheden van appellante in acht, waaronder het overlijden van haar partner, maar vond geen reden voor verminderde verwijtbaarheid. De boete werd daarom vastgesteld op 50% van het benadelingsbedrag over 2013 met een matiging van 10%, totaal €490. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De boete wegens niet gemelde ANW-inkomsten wordt vastgesteld op €490 en de herziening en terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.