ECLI:NL:CRVB:2017:652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek dat zij samen met appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Het onderzoek bestond uit dossieronderzoek, waarnemingen, energieverbruikgegevens en verklaringen van appellanten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat er voldoende feitelijke grondslag is voor de conclusie dat appellanten vanaf 2 oktober 2008 een gezamenlijke huishouding voerden. De verklaringen van appellanten, het water- en elektriciteitsverbruik en andere gegevens ondersteunen dit. Argumenten van appellanten over kilometeropgaven en het niet melden aan de uitstroomconsulent worden verworpen.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de financiële situatie van appellanten leiden niet tot een ander oordeel. De Raad stelt dat dringende redenen voor het niet terugvorderen niet zijn aangetoond. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding.