ECLI:NL:CRVB:2017:660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functievolgerschap bij reorganisatie Kamer van Koophandel
Appellant was sinds 1990 werkzaam bij de Kamer van Koophandel Amsterdam, laatstelijk als medewerker beveiliging en zalenbeheer. In 2013 vond een reorganisatie plaats waarbij twaalf regionale Kamers werden samengevoegd tot één zelfstandig bestuursorgaan. De Kamer stelde de uitgangspositie van appellant vast als Facilitair Medewerker niveau 4. Vervolgens werd appellant voorgesteld te plaatsen in de subfunctie beveiliging, waarna hij aanvankelijk werd aangemerkt als remplaçant.
In 2014 besloot de Kamer appellant alsnog met terugwerkende kracht per 1 januari 2014 als functievolger te plaatsen in de functie medewerker beveiliging, afdeling facilitair. Appellant maakte bezwaar tegen deze plaatsing en stelde dat zijn functie meer dan 30% was gewijzigd en dat hij onterecht als functievolger werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant terecht als functievolger was aangemerkt. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad concludeert dat meer dan 70% van appellants werkzaamheden betrekking had op beveiliging en minder dan 30% op facilitair overig, waarbij ook kennis, vaardigheden, functiecompetenties, plaats in de organisatie en schaalindeling niet wezenlijk waren gewijzigd.
De Raad wijst het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep van de Kamer af en bevestigt dat appellant terecht in de functie medewerker beveiliging, afdeling facilitair is geplaatst. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht als functievolger is aangemerkt en plaatst hem in de functie medewerker beveiliging, afdeling facilitair.