ECLI:NL:CRVB:2017:665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- L.M. Tobé
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie omvang begeleiding bij vergevorderde dementie en gedragsproblematiek
Appellante, lijdend aan vergevorderde dementie en ernstige gedragsproblematiek, heeft bij het CIZ een indicatie aangevraagd voor AWBZ-zorg, waaronder begeleiding individueel (BI). Het CIZ wees indicaties toe voor klasse 4 begeleiding, terwijl appellante klasse 7 verlangde. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing van de noodzaak voor een hogere klasse.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad stelt vast dat de aanvragen correct zijn opgevat als indicaties in functies en klassen, niet als zorgzwaartepakket (zzp). De Raad benadrukt dat de omvang van begeleiding mede wordt bepaald door reeds geïndiceerde persoonlijke verzorging en verpleging, en dat de zeer ernstige gedragsproblematiek niet zodanig is dat een hogere klasse gerechtvaardigd is.
De Raad wijst erop dat de beleidsregels niet voorschrijven dat bij ernstige gedragsproblematiek altijd klasse 7 moet worden toegekend. De motivering van het CIZ is toereikend en niet concreet bestreden. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de hoger beroepen worden verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indicatie voor begeleiding klasse 4 en wijst het verzoek tot klasse 7 af.