ECLI:NL:CRVB:2017:666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vervoersvoorziening bruikleenauto wegens onvoldoende medische noodzaak
Appellante lijdt aan een chronische hart- en vaatziekte met neurologische complicaties en is motorisch beperkt. Zij beschikte sinds 2000 over een bruikleenauto, maar het college beëindigde deze voorziening per 1 januari 2015 na onderzoek en medisch advies.
De medisch adviseur concludeerde dat appellante rolstoelgebonden is en begeleiding nodig heeft bij transfers, maar dat één begeleider voldoende is. Het college kende een financiële tegemoetkoming toe voor rolstoel-ligtaxivervoer, wat als adequaat werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante onvoldoende medische onderbouwing gaf voor haar stelling dat zij twee begeleiders nodig heeft. In hoger beroep heeft appellante dit standpunt niet aannemelijk gemaakt en geen medische stukken overlegd ter ondersteuning van haar incontinentie- en huidaandoening als belemmering voor het gebruik van de rolstoel-ligtaxi.
De Raad acht het medisch advies zorgvuldig en concludeert dat het rolstoel-ligtaxivervoer adequaat is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de bruikleenauto bevestigd.